Van zomer- naar winteruur: gesprek met de Tijd

In de afgelopen nacht zijn we weer eens overgeschakeld van zomeruur naar winteruur. “Drie uur wordt twee uur”, zoals men zegt. Toen ik vanochtend wakker werd, brak ik me daar mijn hoofd op. Hoe laat is het nu, en hoe laat zou het normaal geweest zijn? En ik weet dat we deze nacht een uur langer hebben mogen slapen, maar is dat dan morgen ook zo? Acht uur wordt zeven uur, moet je dan niet net vroeger opstaan? … Ik zit algauw in de knoop. Het doet me denken aan het gegeven ‘tijd’, en ik besluit om mijn “gewonnen” uurtje tijd te besteden aan een gesprek met het Wezen Tijd. Ik stel me voor dat het zeker en vast een gigantisch machtig Wezen moet zijn, zo immens groot dat je het eerder als “Iets” dan als “Iemand” zou kunnen omschrijven. Ik maak me op voor een zeer nederig gesprek. read more

Gesprek met Sint-Janskruid

Sinds we in Hertsberge zijn komen wonen zo’n zeven jaar geleden, heb ik Sint-Janskruid in mijn moestuin staan. In het begin was het één braaf, klein plantje, maar met de jaren is gebleken dat het kruid zich bijzonder thuis voelt in onze tuin, en elk jaar duiken meer en meer zaailingen op in alle hoeken en kanten van mijn moestuin.

Da’s super handig, want normaal moesten we vroeger gaan ‘jagen’ op Sint-Janskruid in het wild wanneer we er olie mee wilden maken, maar nu hoef ik daarvoor alleen nog maar de tuin in te gaan. Maar dit jaar zijn er zoveel planten dat ik er bijna niet meer naast kan kijken, daarom dacht ik dat het misschien tijd werd om eens met het wezen van het Sint-Janskruid te praten. read more

Een kwestie van beslissen: “Ik doe er wat mee!”

Verslag van de “Terugkomdag Telepathie & Intuïtieve Ontwikkeling”

Voor deze terugkomdag verzamelden we eind augustus met ongeveer 15 mensen bij Dorothea in Izegem, waar in het voorjaar al een cursus doorgegaan was. Om de namiddag te starten mocht iedereen een eenvoudig papieren kaartje trekken dat ik meegebracht had, met daarop telkens een zinnetje ter inspiratie. Meteen bij het trekken schoten enkele mensen in de lach omdat het voor hen persoonlijk zo toepasselijk was, maar hoe en waarom liet ik nog even in het midden.

Ik stelde voor om een rondje te doen om met elkaar te delen: wanneer heb jij de cursus gevolgd, waarom, en hoe is het je achteraf vergaan? De aanwezige ‘beginnelingen’ van het voorjaar hadden nog niet veel avonturen te vertellen, ze waren vooral nog onzeker en wisten niet goed waar ze de telepathie nu precies allemaal voor konden gebruiken. Dan waren er ook enkele mensen die de cursus lang geleden gevolgd hadden, er goede resultaten van gehaald hadden maar toen waren ze de telepathie wat uit het oog verloren en wilden met deze namiddag graag het stof weer wegblazen. Sommigen zeiden dat het leven te druk was en er geen tijd was voor telepathie. En ten slotte waren er ook enkele dappere doorgewinterden, mensen die de telepathie quasi dagelijks waren gaan gebruiken en er nu helemaal vol van zijn. Zij hadden het meest ervaring en hadden dan ook het meest te vertellen, over gesprekken met ongeboren (klein)kinderen, met huisdieren, over problemen en innerlijke antwoorden, over geholpen vrienden en vriendinnen, over mentale weerstand die overwonnen moest worden en steeds een blij gevoel achteraf.

Ook ik deelde enkele ervaringen die ik had sinds het begin van mijn telepathie in 2003 – over hoe het vijf jaar duurde voordat ik de telepathie niet meer zo eng vond om te doen (dat was geruststellend nieuws voor de onzekere beginnelingen?!), hoe ik steeds minder “toetsenbord” nodig had en hoe ik de telepathie voor steeds meer zaken begon te gebruiken, hoe de vele telepathie mijn intuïtie versterkt had en ik vaak gewoon weet wat ik moet doen op veel momenten, hoe je leven in een stroom van vertrouwen komt door dat alles, en meer van dat.

Na de pauze haalde ik een groot karton uit om op te schrijven, en ik vroeg aan iedereen om op te sommen waar ze de telepathie tot nu toe al ooit voor gebruikt hadden. Er kwamen een aantal goede antwoorden, en ik schreef ze allemaal op:

  • Communicatie met dieren (huisdieren, of dieren in je omgeving)
  • Communicatie met planten en bomen
  • Communicatie met kinderen (ongeboren kinderen, peuters, kleuters), hen inspraak geven in hun leven en in de beslissingen die met hen te maken hebben
  • Praktische keuzes maken (vb: welke vakman zal ik inhuren?)
  • Spreken met mensen in coma of met dementie
  • Spreken met je partner (met toestemming natuurlijk!)
  • Helpen van vrienden, kennissen, familie of cliënten
  • Raad vragen aan je Innerlijke Meester, God
  • Gesprek met een Maria-beeld
  • Raad vragen aan de ziel voor je werk of stage
  • De kleine kinderen een nieuwjaarsbrief laten schrijven aan oma/opa
  • Spreken met mineralen
  • read more

    Gesprek met de grote eik in het bos

    Laatst hoorde ik over de oudste boom van het bos bij ons in de buurt. Het is een eik en hij staat nederig verscholen tussen de andere bomen, maar wel bijzonder net in het midden van een piepklein eilandje. Het ‘eiland’ is omgeven door een ondiepe beek die in de zomer gewoonlijk droog staat zodat je makkelijk kan oversteken zonder modderige of natte voeten. Een goede vriendin wees me de weg en samen gingen we voor een telepathisch interview met de grote eik.


    Wie ziet de twee kleine kabouters op deze foto?
    (mijn neefje en nichtje zijn meegekomen toen ik naar de eik terugkeerde om foto’s te maken)

    Mooie eik, heb je er bewust voor gekozen om hier op dit eiland te komen staan?

    Ik heb altijd hier gestaan

    Heb je een bepaalde taak hier? Wat doe je hier?

    Ik ben hoeder van het bos. Ik zorg voor een stuk bos en ben verantwoordelijk voor haar welvaren. Om die reden sta ik waar ik sta als je wil maar ik ben niet geboren voor deze taak; ze komt mij toe door mijn leeftijd.

    Elke boom is in staat verantwoordelijkheid te nemen eenmaal hij of zij op leeftijd komt. Dat komt doordat wij informatie ontvangen van de zon; hoe meer levensjaren wij achter de rug hebben hoe rijker wij zijn van zonnekennis en die kunnen wij dan omzetten in verantwoordelijkheid. Het is een energie die we opnemen als we jong zijn en uitstralen naarmate we ouder worden.

    De zon is een onderschatte kracht; zij doet veel meer dan wij denken en we zouden haar veel meer moeten benutten. Met ‘wij’ bedoel ik dan mensen want wij bomen doen dat reeds. Jullie dus eigenlijk maar ik spreek niet graag zo afstandelijk. Jij en ik wij en jullie zo veel verschil is er niet behalve dat er toch wel veel verschillen zijn. Ik weet wat me te doen staat en mijn leven is veel rechtlijniger en eenvoudiger dan dat van een mens.

    Mensen maken alles graag ingewikkeld en dat is hun goed recht dat heeft ook bepaalde voordelen maar veel mensen zijn ongebreideld ingewikkeld en vergeten zo zichzelf en dat is in feite echt niet positief voor hen. Eenvoud is tot op zekere hoogte toch wel onmisbaar voor een leven van hele mens. Ik bedoel als je buiten jezelf leeft omdat je niet echt meer weet wie je bent omdat je jezelf voorbijloopt en omdat je je leven leeft in functie van de wereld dan ben je maar ten dele mens en dat is niet mooi om te zien.

    Een mens die zichzelf is omdat hij of zij kiest voor de dingen die hij of zij echt wil dat is mooi om te zien heel mooi, verfrissend voor het oog van een boom en echt ook een toegevoegde waarde voor de aarde. Als ze voorbijlopen dan ben ik geneigd ze nog meer geluk te willen geven voor zover dat in mijn mogelijkheden ligt gewoon omdat dat zo mooi is.

    Als ze voorbijlopen is het ook makkelijk voor mij om ze geluk te geven, veel makkelijker dan mensen die zichzelf niet kennen, die zijn veel geslotener hoewel ze eigenlijk te open zijn. Ik bedoel dat die mensen te veel naar anderen en de wereld van de dingen gericht zijn en in die zin zijn ze te open naar buiten toe, maar langsbinnen zijn ze gesloten. Wat niet wil zeggen dat mensen die vanbinnen open zijn, vanbuiten gesloten zouden zijn, helemaal niet.

    Ik heb grote energieën ter beschikking omdat die bij mijn verantwoordelijkheid horen en een deel van die energie mag ik aan mensen besteden als ik dat wil. Dus als mensen bij mij komen of in mijn bos wandelen en ze zijn open vanbinnen, dan zal ik ze wat van die energie geven. Wat dat doet, is dat die energie stroomt. read more

    Moestuinkriebels (2) en gesprek met een plantenwezen

    Ik heb een aantal drukke en mooie maanden achter de rug, er ligt een spannende tijd voor de boeg met veel werk in het vizier, en tussendoor kan ik telkens als het warm is een uurtje of twee heerlijk ontspannen/ontsnappen naar de moestuin en de zaailingen. Het is prachtig om de moestuin met het mooie weer eindelijk goed te zien aanpakken en groeien. Als je’t mij vraagt, is het moes een echte meerwaarde voor de charme van onze tuin.

    Het oogsten begon vorige maand met ajuinpijpjes, sla, radijzen, spinazie en kruiden uit de kruiden-potten-tuin (voornamelijk voor thee). Deze week zijn daar ook snijbiet, pak choy, andijvie en kleine aardappeltjes bijgekomen (de arme aardappelplanten zijn van armoede in de zandgrond verlept nog voor ze konden beginnen bloeien!). Binnenkort komt de rest op gang, ik zie het al helemaal zitten… Mmmmm!
    Als je op de foto’s hieronder rondmuist, kan je zien wat er allemaal in mijn moestuintje te vinden is.

    Boontjes, spinazie, venkel, echinacea

    Sla, andijvie, warmoes, wortels

    De kruidenhoek met potten – munt, peterselie, melisse, basilicum, tomaten, pijpajuinen, tijm, rozemarijn

    Jonge pompoenplanten

    Nog jongere mini-meloenplanten (die het later heel goed zullen doen trouwens, heerlijk!)

    Aardappelen

    Voor de gelegenheid van deze blog heb ik me vandaag met de laptop bij mijn geliefde moestuin neergezet om een gesprek aan te gaan met wezens die betrokken zijn bij het reilen en zeilen van groenten en planten.

    Dag Moestuin, tot wie kan ik mij het beste richten voor een interessant gesprek?

    – Ik wil je wel te woord staan.

    Wie ben je?

    – Ik ben een wezen dat ervoor zorgt dat planten groeien zoals het hoort.

    Ben je een groot wezen met veel verantwoordelijkheid of is je werk eerder kleinschalig en plaatselijk?

    – Ik ben behoorlijk groot en tegelijk ook kleinschalig omdat mijn verantwoordelijkheid ligt bij kleine planten waar ook de groenten onder vallen, maar mijn domein reikt over een heel stuk van West-Vlaanderen.

    Is er hier in West-Vlaanderen dan een ander wezen dat voor de moestuintjes zorgt dan in Oost-Vlaanderen?

    – Ja zeker.

    Werk je samen met andere wezens?

    – Ja natuurlijk; alle natuurwezens werken altijd voor alles samen; dat is een van de eigenschappen van de natuur, dat alles met alles samenhangt. Water, aarde, lucht, warmte, opbouw groei en afbraak, insecten planten en nog veel meer, het heeft allemaal met elkaar te maken. Omdat onze verantwoordelijkheden dat noodzaken werken wij dus met vele wezens samen. read more

    Moedige beginneling

    Een aantal weken geleden kreeg ik een mailtje van Carolien, een meisje van 15. Ze schreef dat ze graag telepathisch zou kunnen praten met dieren, maar dat ze niet in de mogelijkheid was om een cursus of zo te volgen. Ze had een boek geleend in de bibliotheek over communiceren met dieren, maar zelfs de eerste stap lukte niet – kijken naar een dier en dan rustig worden in jezelf en een verbinding voelen met het dier. Ze vroeg of ik haar kon helpen.

    Ik raadde Carolien aan om te beginnen met het aanvoelen van bomen, omdat dat veel makkelijker is dan dieren. Intuïtief communiceren met dieren is eigenlijk echt niet zo eenvoudig, zeker niet als je nog nooit zoiets gedaan hebt. De meeste bomen daarentegen vinden het echt leuk om mensen vooruit te helpen door ze kracht of rust of energie te geven of door onze zorgen over te nemen. Ze zijn heel toegankelijk, en wat ook zo interessant is: elke boom is uniek en voelt ook anders aan.

    Als de bomen goed lukten, kon ze een paar dingen uitproberen met kamerplanten, zoals hen eenvoudige vraagjes stellen: “Ben je hier gelukkig?”- “Kan ik iets voor je doen?” enz. Het antwoord zou gewoon plots in haar gedachten opkomen en ze zou elk antwoord waarschijnlijk ofwel onzinnig ofwel veel te gewoon vinden. Dat is het moment dat ze zou moeten geloven in zichzelf en de antwoorden bijhouden in plaats van weg te wuiven als ‘fantasie’. Al gauw zou ze vooruit komen en allerlei ervaring opdoen door te experimenteren.

    Carolien was heel blij met het antwoord, maar ze mailde dat ze zo gauw geen bomen in haar buurt had waar ze dichtbij kon zijn zonder gezien of raar bekeken te worden. Daarna hoorde ik een hele tijd niets meer van haar, tot enkele dagen geleden. Toen schreef ze me het volgende verhaal, dat ik graag met jullie wil delen:

    Hoi,

    Vandaag ben ik bij 2 bomen geweest.
    Ik zal even uitleggen hoe het ging.

    Ik kwam thuis van school. Toen werd ik ergens boos van, en ging maar naar de biblotheek om het boek ‘dieren verstaan’ te verlengen. Nadat ik de bieb uit was, ging ik naar een boom toe.
    Ik leunde er tegen aan. Ik kreeg gelijk ‘hoi’ in me gedachte. Ik kan het niet echt uitleggen, het was geen beeld, o en ik hoorde ook geen hoi, maar het kwam gewoon in me op. Dus ik dacht gelijk dat de boom dat tegen me zei. Dus ik probeerde hoi terug te zeggen. Die boom leek mij erg vrolijk.

    Toen ging ik naar de boom die een paar meter verder stond. Ik leunde er weer tegen aan. De zijkant waarmee ik tegen de boom leunde, werd een beetje warm. Terwijl er nu sneeuw ligt en koud is. Ik kreeg niks in mijn gedachte. maar deze boom voelde minder blij dan de vorige. Eerder een beetje chagerijnig, misschien had deze boom geen zin om met mij te praten 🙂

    Toen liep ik weer terug naar huis. Ik was niet meer boos. Juist blij dat ik het gedaan had. En dat ik gelijk voelde dat de bomen anders waren.

    Ik ben er nog lang niet, en moet nog heel veel leren maar dit is een begin 🙂
    Groetjes Carolien read more

    Moestuinkriebels

    Op een bepaald moment deze week had ik mijn buik vol van alle computerproblemen, ze bleven maar komen, en telkens werden ze moeilijker en lastiger, totdat het me te veel werd. Het was vier uur, het was nog licht en dus ging ik de tuin in tot groot jolijt van de katten die met dit gure weer anders met geen stokken buiten te krijgen zijn. Niets beters dan werken in de tuin met spelende katten rond je om te ontstressen! De moestuin stond er behoorlijk belabberd bij en had dringend een beurt nodig als voorbereiding op de komende lente. Met een goede jas en dikke werkhandschoenen voelde ik na enkele minuten de kou al niet meer.

    De moestuin is toe aan een beurt

    Twee van de drie moestuinbakken werden helemaal aangepakt. Het plastic zeil en kattennet werden opgeborgen, alle geknakte bamboestokken gingen eruit. De oude knollen en planten mochten weg, het onkruid werd onthoofd en de aarde verlucht. Vorige zomer had ik daarvoor twee handige gereedschapjes gevonden op een tuinbeurs, en deze week bewezen ze voor het eerst hun nut. ’t Is een plezier om met goed materiaal te werken, dat kan ik je verzekeren! De winterpostelein en de onvolgroeide chinese kolen (die te laat gezaaid werden) mochten blijven staan, samen met de witte snijbiet en de selder, om te zien of ze er nog door komen als het jaar wat warmer wordt. Ik werkte ook wat gedroogde koemest en algenkalk in de grond. Ten slotte dekte ik de selder af met bladeren om hem te beschermen tegen de vrieskou. Voilà, dat was al een heel ander zicht! In amper twee uren was meer dan de helft van mijn moestuin klaar om het nieuwe jaar te ontvangen.

    De twee bakken zijn al klaar voor de lente

    Toen ik heel klein was hadden we heerlijk fruit en noten in de tuin, en misschien ook wat groenten, maar dat weet ik niet meer. Mijn eerste bewuste ervaring met moestuinen begon pas in 2004. Papa spitte een tamelijk groot stuk van het grasperk om (we woonden ondertussen al lang niet meer in hetzelfde huis), legde een pad in het midden en zaaide en plantte allerlei groenten. Ik studeerde nog en ik hielp alleen mee in de moestuin als het weer zacht en warm was – niet zo vaak dus. Maar ik leerde wel de geneugten van het groenten oogsten uit eigen tuin (wel de lusten, niet de lasten!).

    Er zijn een paar grote voordelen aan het thuis oogsten. De voornaamste plusplunten zijn natuurlijk de kwaliteit van de groenten (je weet wat je eet) en de superversheid (“levende vers” zeggen ze bij ons). Maar een ander fantastisch verschil is dat je alleen hoeft te oogsten wat je nodig hebt. Enkele blaadjes sla, een hoop spinazie, wat ajuinpijpjes en een tomaat, en de moederplanten blijven staan en groeien door. Alles blijft vers en groeit zelfs nog bij. Je bent niet gedwongen vb. de hele krop sla zo snel mogelijk op te eten omdat hij in de koelkast ligt te sterven.

    Hetzelfde jaar nog verhuisden we en lieten we de nog bijna volle moestuin noodgedwongen achter. Na een jaar of zo begonnen we opnieuw in het andere huis. Dit keer hielp ik beter mee. De dag waarop we beslisten om eraan te beginnen en een deel van het gazon om te spitten, was de warmste dag van het jaar. De zware kleigrond was keihard, ik moest springen op mijn spade om hem in de grond te krijgen. Maar het zaaien en planten werd zo’n succes (en een erg mooi zicht vanuit de keuken), dat we later nog tweemaal een deel bijspitten om onze oppervlakte te vergroten en langer zon te krijgen op de groenten.

    Het begin van de nieuwe moestuin (de katten keuren het werk)

     

    Deel 2 in constructie

     

    Deel 1 en 2 in volle glorie; het jaar nadien kwam er nog een derde deel bij aan de andere kant van het paadje

    Ondertussen ontdekte ik Mevrouw Gertrud Franck. Zij is een Duitse vrouw die vele jaren lang in haar eigen gigantische moestuin onderzocht welke planten een goede of slechte invloed op elkaar uitoefenen. Ze schreef een boek “Gesunder Garten durch Mischkultur” (Engelse vertaling: Companion planting) waarin ze haar biologische moestuinmethodes beschrijft. Ze gebruikt ‘mulchen’ (ttz de grond bedekken met allerlei geschikt organisch materiaal) in plaats van spitten (jaarlijks spitten is niet alleen tijdrovend en slecht voor de rug maar ook onnatuurlijk en kwalijk voor het micro-bodemleven) en ontwikkelde een vernuftig maar eenvoudig rijensysteem om wisselbouw te vermijden. Ze geeft ook uitgebreide kweektips voor zowat elke groente. Ik heb het boek indertijd gratis kunnen downloaden vanaf een Australische bibliotheek-website (Soil and Health Library), maar tegenwoordig is het boek blijkbaar uit hun boekenlijst geschrapt.

    Het voornaamste wat ik van Gertrud blijf handhaven, zijn haar goede en slechte groentencombinaties. Ik geef ze hieronder even voor jullie. ‘Gunstige combinaties’ wil zeggen dat je gezondere, sterkere planten met minder ziektes en plagen krijgt (en dus meer opbrengst) door deze twee soorten groenten naast of door elkaar te kweken (bijvoorbeeld ajuinen en wortels – ze verdrijven elkaars plagen zoals de wortelvlieg en ajuinvlieg). Als je twee groenten uit de ‘slechte combinatie’-lijst bij elkaar zet, hebben ze alleen maar nadelige invloeden op elkaar. Dit ondervond ik zeer duidelijk toen ik op een keer verkeerdelijk de sla en koolrabi bij elkaar had geplant: ik had uiteindelijk bijna geen sla en ook geen koolrabi!

    Gunstige combinaties (alfabetisch):
    Aardappel – snijboon / ajuin / prei
    Aardbei – prei / ajuin
    Ajuin – aardbei / pastinaak / wortel
    Bonen (snijboon, staakboon, nierboon, …) – sla / kolen (broccoli, bloemkool, …)
    Bloemkool – knolselder
    Erwt – kool / selder
    Knolselder – kool
    Kool – bonen / rode biet / erwt / (knol)selder
    Koolrabi – bernagie (komkommerkruid)
    Pastinaak – ajuin
    Prei – aardbei
    Radijs – sla
    Rode biet – sla / kool
    Sla – radijs / bonen / rode biet
    Selder – kool / erwt
    Snijboon – aardappel
    Wortel – ajuin / dille
    Tomaat – koolrabi / kool / goudsbloem / mosterdzaad

    Slechte combinaties:
    Aardappel >< ajuin
    Ajuin >< bonen / kolen / aardappel
    Bonen >< ajuin
    Koolrabi >< sla
    Kool >< ajuin
    Kropsla >< peterselie
    Peterselie >< kropsla
    Rode kool >< tomaat
    Rode biet >< tomaat / als gewas net na een oogst spinazie
    Sla >< koolrabi
    Tomaat >< rode kool / rode biet

    Tegen de tijd dat onze prachtige moestuin volledig ontwikkeld was, waren we april 2009 en verhuisden we opnieuw om in de buurt van Laura’s nieuwe school te kunnen wonen. De oude moestuin moest opnieuw helemaal omgewerkt worden, ditmaal om gras te zaaien…
    Ondertussen was ik al helemaal gewonnen voor het moes-kweken. Ik stond erop dat er ook in de tuin van het nieuwe huis een moestuin zou komen en begon ondertussen al dadelijk met het voorzaaien in kleine potjes.
    Omdat we konijnekeutels vonden in het gras, bedachten we een systeem met bakken om de groenten te beschermen. Uiteindelijk zijn er nooit meer echt konijnen langsgekomen door de aanwezigheid van onze katten.

    De voorgezaaide potjes groeien goed

    De eerste moestuinbak wordt gevuld; onderaan komen dode bladeren en gehaksel om de grond luchtig en warm te maken; erop komt aarde vermengd met compost

    De eerste bak werd gezet (met mankracht), maar omdat hij zo hoog was, kostte het zo veel moeite en grond om hem te vullen, dat we de twee andere bakken later veel lager maakten.

    Ik nam alsmaar meer initiatief, totdat papa er bijna niet meer aan te pas kwam. De moestuin werd mijn grote trots en voornaamste hobby (trouwens uitstekend als compensatie voor het vele computerwerk!). Al bij al werd het nog een heel goed groentejaar hoewel mei eigenlijk te laat is om met een moestuin te beginnen (iets later en de tomaten zouden nooit rijp geraakt zijn). Er waren momenten in de zomer dat we bijna geen groenten meer hoefden te kopen. Ik had verschillende soorten sla, radijzen, boontjes, courgette, wortels (gewone, witte en Parijse), zomerpostelein, selder, snijbiet, rode biet, prei, komkommer, venkel, koolrabi, spinazie, tomaat en pompoen en dat op ongeveer 15 m². De enige echte problemen die ik had was om de bonen, pijpajuintjes en (later op het jaar) veldsla te laten kiemen. Door het lange nutteloze wachten op kiemen die niet kwamen verloor ik kostbare tijd. Ik werd alsmaar fanatieker, ik weigerde zelfs bloemen te planten in twee grote potten omdat die ‘niets zouden opbrengen’. In de plaats bedacht ik het geniale idee om er klimbonen in te zetten. Ik palmde ook gedeeltelijk het rozenperk in. Het resultaat was prachtig, en erg lekker ook!

    Klimbonen op terras

    Bonenpot, rozen, twee fleurende moesbakken, derde bak onderweg

     

    Dit jaar ben ik zo mogelijk nog fanatieker dan vorig jaar 🙂 Gedurende de herfst en winter heb ik een volledig schema uitgewerkt met de groenten die ik dit jaar wil oogsten. Ik heb een bezoek gebracht en een bestelling gedaan bij mijn favoriete kwekerij, een biologisch zaadbedrijfje op de grens van België en Nederland: De Nieuwe Tuin. Ze zoeken naar de soorten groenten die best groeien in onze contreien en gebruiken alleen natuurlijke middelen. Ze hebben een prachtige website waar je ook online je bestelling kan plaatsen. In geen tijd heb je de zaadjes bij je thuis, betalen kan achteraf. Een aanrader: www.denieuwetuin.be

    Van al mijn groenten heb ik bestudeerd wanneer ze gezaaid moeten/mogen worden, en dan heb ik een nieuwe overzichtelijke lijst gemaakt met alles per maand geschikt. Ten slotte heb ik deze lijst gecombineerd met de biologisch-dynamische maankalender van Maria Thun, die je met even zoeken meestal gratis op internet terugvindt. Deze maankalender zegt welke dagen gunstig zijn voor het zaaien of planten van verschillende soorten groenten. Er zijn 4 categorieën, afhankelijk van welk deel van de groente best moet ontwikkelen: bladgroenten (sla, spinazie, postelein,…), vruchten (tomaat, bonen, courgette,…), wortelgroenten (radijs, rode biet, wortels,…) en bloemen (bernagie, goudsbloemen,…)

    Het resultaat is een maandkalender met daarop welke groenten ik op welke dagen moet zaaien om meest profijt te halen uit de natuur. Zo georganiseerd was ik nog nooit. Meestal doe ik alles maar zo-zo, kijk ik op de maankalender wanneer ik zin heb om in de tuin te gaan, en dan moet ik nog iets zaaien, maar ben ik net te laat voor de maan, en dan denk ik ‘ach, het zal zo ook wel lukken!’ Niet dit jaar, deze keer ben ik voorbereid…

    Voorbeeld van mijn zelfgemaakte moestuinkalender (kleurcode voor zaaien en planten, voor bladdagen, vruchtdagen, worteldagen en bloemdagen)

    En ik ben niet eens zo veel te vroeg klaar, want eind februari begint het warme voorzaaien al in de veranda. Staan op het programma in februari: aubergine, radijs, sla, komkommer (vroege soort), paprika, erwten. Buiten kan er ook al wat gebeuren: spinazie, Parijse worteltjes (een kleine ronde soort wortel, zeer schattig), en ook sjalot en ajuin (planten, niet zaaien). In maart heb ik (warm voorzaaien): venkel, koolrabi, pastinaak, paprika (tweede lichting), sla, tomaat, lampionbesjes, ijsbergsla, komkommer en courgette (eerste lichting). Buiten zaaien: radijzen, wortels, spinazie, brave hendrik, erwten en eind maart: aardappelen. In april en mei wordt de lijst steeds uitvoeriger, vanaf juni wordt het minder en begint het eerste oogsten al.

    Ik vind een moestuin echt belangrijk. Ook als je geen tuin hebt, probeer het dan met vensterbakken met wat sla en radijzen bijvoorbeeld. Om een radijs te zien kiemen en groeien (één radijs per plantje, dus niet in bundeltjes met een elastiekje errond!) en zachte verse zomersla te plukken is een echte vreugde. Ook veel grote heiligen (zoals Amma bijvoorbeeld, www.amma.nl) vinden het belangrijk om zelf groenten te kweken, zodat je minder afhankelijk wordt van de maatschappij en dichter bij de natuur en jezelf komt te staan. Als je wel een tuin hebt, offer dan misschien een zonnig plekje op aan een moestuin. Veel moeite is het niet. Eenmaal de beslissing genomen en de moestuin in voege, heb je er meer plezier aan dan werk, vooral als je het tamelijk klein houdt. Begin klein. Als je de smaak te pakken krijgt, kan je altijd nog uitbreiden 🙂 En voor de kinderen is zoiets ook erg belangrijk en heel erg leuk. Jong geleerd, oud gedaan?

    Neefje in actie!

     

     

    Loch Ness

    Op het einde van ons weekendje, net voor we zouden terugrijden naar het stedelijke zuiden van Schotland om weer naar huis te vertrekken, kwamen we nog langs Loch Ness. Overal waren er winkeltjes met toeristische hebbedingetjes met waterdraken erop en slogans als “we love Nessie” en zo. ‘Nessie’, dat is hoe het Monster van Loch Ness genoemd wordt. De relatief recente legende van ‘het Monster’ ontstond in 1933 maar gaat terug tot de 7e eeuw, met een verhaal over een heilige die een groot kwaadaardig beest in de rivier Ness verjaagt door het slaan van een kruisteken. Nessie heeft vandaag de dag veel fans. Wie wil kan op het meer zelfs een boottochtje maken in de hoop een glimp op te vangen van het schuwe wezen. De Schotten zelf vinden het een leuke legende en verlangen niet zozeer een sluitend bewijs voor het bestaan van Nessie…

    Het meer van Loch Ness, dat zeer groot en diep is en troebel water heeft door het hoge turfgehalte

    We stopten langs het meer met zicht op het kasteel en ik maakte contact met het Grote Waterwezen van het meer Loch Ness, om te vragen wat hij ons eventueel wou vertellen. Het was een grapjas, hij stelde zich meteen voor:

    – “Ik ben het monster van Loch Ness.” Daarna lachte hij smakelijk en mijn vinger typte “Haha.” Sarah en ik lachten mee. Daarna ging hij verder:

    – “Ik ben het wezen dat in het Loch woont, maar niet Nessie.
    Ik kijk naar de mensen die hier komen met een zekere neerbuigendheid als naar mieren op een hoop.
    Ik ben groot en mijn Loch is diep en omvangrijk. Mijn macht strekt zich uit tot overal van waar mijn water komt. Ik heb geen last van de mensen. Ik overzie het hele gebied hier. Vele wezens werken onder mij. Ik begeleid hen en ik zorg voor hen.
    Ik heb een goed hart en ik gebruik mijn macht steeds ten goede van al wat leeft. Ik zeg dat ik neerbuigend neerkijk op de mensen, maar ik doe ze geen kwaad en ik wens ze ook geen kwaad toe. Ik vind het alleen een beetje grappig hoe ze hier zo samentroepen in de zomer en gillen als er nevel is of iets dergelijks. Er schuilt in het loch geen Nessie. Ik ken hier elk hoekje en elke kant. Ik weet hoe diep ik ben. Ik ben het Loch. Ik weet van waar elke druppel water komt. Ik hou van het water en ik hou van de bergen. Ik ben groot en oud en ik kom niet makkelijk in opschudding door wereldse dingen.” read more

    Gesprek met een elfje

    Glen Affric is een prachtig natuurpark, volgens velen zelfs het mooiste van Schotland. De naam “Affric” betekent niet “Afrikaans” maar is Gaelic voor “heel gevlekt/gespikkeld”. Het domein is goed uitgerust met gevarieerde paden van verschillende lengte. Geregeld wandel je langs een bord met interessante natuurweetjes. Een groot deel van het park bestaat uit bos, een restant van het oerbos dat oorspronkelijk bijna heel Schotland bedekte. De bomen zijn de inheemse ‘Schotse den’ (Caledonian Pine), een heel specifieke soort naaldboom met vaak kronkelige takken en een dikke bast die roodachtig is rond de jonge takken. De bomen kunnen heel groot en oud worden en zijn ronduit majestueus. Het bos is nu maar 1% meer van wat het vroeger was in Schotland, maar de organisatie ‘Trees for Life’ probeert het waar mogelijk in zijn natuurlijke staat te herstellen en te onderhouden.

    Sarah en ik hadden het gele pad gekozen dat langs de waterval liep en dan verder het heuvelachtige bos in. Op een bepaald moment ging het pad steil omhoog, tot we opeens bovenaan stonden met een spectaculair zicht op een klein meertje dat later ‘Coire Loch’ bleek te heten. Bij ons op de heuvel stond een werkelijk reusachtige den. We gingen eronder zitten op een dikke afgekraakte tak. De verleiding was groot om een gesprek te beginnen met wezens uit de plaatselijke omgeving.

    Zijn er hier elfjes?

    – “Ja. Er zijn elfjes bij elke grote boom.”

    Wat doen jullie dan?

    – “Wij zorgen voor de samenwerking tussen boom en omgeving. Bomen zijn erg belangrijk.”

    Wil je nog iets zeggen?

    – “Elfjes zijn ook te vinden bij kleine waterpartijen. Zij zijn dan ook wel nimf genoemd. Soms zijn er ook elfjes bij grote stenen rotsen. Maar ze heten dan anders, maar ze zijn ook elfjes.”

    Willen de elfjes iets zeggen tegen de mensen?

    – “Misschien.”

    Hm. Heel erg toeschietelijk en spraakzaam waren de elfjes hier blijkbaar niet. Maar we gaven niet op en vroegen: “Is er één elfje misschien dat wil spreken? Wie wil iets zeggen?”

    – “Ik wil wel. Ik ben het elfje van het meertje beneden en ik sta nu bij jullie boven. Net voor je. Ik ben klein normaal, maar ik kan me ook groter maken, ongeveer tot mensenmaat. Zoals een kind van 10. Ik kan ook zo klein zijn als een grote libel. Ik ben mooi en ik lijk op een bloem. Mijn kleur is zoals de vleugels van de libel en als de zon schijnt ben ik het gelukkigst omdat de zon mijn meertje mooi maakt.” read more

    Het moswezen

    Terwijl we op de helling met de boom aan het spreken waren, was mijn zus verwonderd over de kleurigheid en verscheidenheid van de begroeiing onder ons. Allerlei plantjes, vooral vele soorten mos, groeiden door elkaar en maakten de grond “mooi en speciaal en zacht”. Toen het gesprek met de boom voorbij was, vroeg ze dus of we konden spreken met het wezen dat verantwoordelijk is voor al het mos. En dat kon:

    – “Ik ben het moswezen. Ik leef in het mos, door het mos. Ik ben het mos, zonder dat ik mos ben.
    Ik ben een wezen dat zorgt voor diversiteit en gevuldheid. Ik hou er niet van dat plekken leeg blijven. Ik probeer zoveel mogelijk alle plekken te vullen met één of andere soort mos of plant of allebei.
    Ik zie alles in functie van mijn mos. Sommige stenen probeer ik te veroveren, jaar na jaar na jaar.
    Ik leef op het ritme van het mos. Ik heb veel tijd en ik heb nog meer geduld. Ik heb ook veel vreugde en ik heb veel levenskracht.” read more