Moestuinkriebels

Op een bepaald moment deze week had ik mijn buik vol van alle computerproblemen, ze bleven maar komen, en telkens werden ze moeilijker en lastiger, totdat het me te veel werd. Het was vier uur, het was nog licht en dus ging ik de tuin in tot groot jolijt van de katten die met dit gure weer anders met geen stokken buiten te krijgen zijn. Niets beters dan werken in de tuin met spelende katten rond je om te ontstressen! De moestuin stond er behoorlijk belabberd bij en had dringend een beurt nodig als voorbereiding op de komende lente. Met een goede jas en dikke werkhandschoenen voelde ik na enkele minuten de kou al niet meer.

De moestuin is toe aan een beurt

Twee van de drie moestuinbakken werden helemaal aangepakt. Het plastic zeil en kattennet werden opgeborgen, alle geknakte bamboestokken gingen eruit. De oude knollen en planten mochten weg, het onkruid werd onthoofd en de aarde verlucht. Vorige zomer had ik daarvoor twee handige gereedschapjes gevonden op een tuinbeurs, en deze week bewezen ze voor het eerst hun nut. ’t Is een plezier om met goed materiaal te werken, dat kan ik je verzekeren! De winterpostelein en de onvolgroeide chinese kolen (die te laat gezaaid werden) mochten blijven staan, samen met de witte snijbiet en de selder, om te zien of ze er nog door komen als het jaar wat warmer wordt. Ik werkte ook wat gedroogde koemest en algenkalk in de grond. Ten slotte dekte ik de selder af met bladeren om hem te beschermen tegen de vrieskou. Voilà, dat was al een heel ander zicht! In amper twee uren was meer dan de helft van mijn moestuin klaar om het nieuwe jaar te ontvangen.

De twee bakken zijn al klaar voor de lente

Toen ik heel klein was hadden we heerlijk fruit en noten in de tuin, en misschien ook wat groenten, maar dat weet ik niet meer. Mijn eerste bewuste ervaring met moestuinen begon pas in 2004. Papa spitte een tamelijk groot stuk van het grasperk om (we woonden ondertussen al lang niet meer in hetzelfde huis), legde een pad in het midden en zaaide en plantte allerlei groenten. Ik studeerde nog en ik hielp alleen mee in de moestuin als het weer zacht en warm was – niet zo vaak dus. Maar ik leerde wel de geneugten van het groenten oogsten uit eigen tuin (wel de lusten, niet de lasten!).

Er zijn een paar grote voordelen aan het thuis oogsten. De voornaamste plusplunten zijn natuurlijk de kwaliteit van de groenten (je weet wat je eet) en de superversheid (“levende vers” zeggen ze bij ons). Maar een ander fantastisch verschil is dat je alleen hoeft te oogsten wat je nodig hebt. Enkele blaadjes sla, een hoop spinazie, wat ajuinpijpjes en een tomaat, en de moederplanten blijven staan en groeien door. Alles blijft vers en groeit zelfs nog bij. Je bent niet gedwongen vb. de hele krop sla zo snel mogelijk op te eten omdat hij in de koelkast ligt te sterven.

Hetzelfde jaar nog verhuisden we en lieten we de nog bijna volle moestuin noodgedwongen achter. Na een jaar of zo begonnen we opnieuw in het andere huis. Dit keer hielp ik beter mee. De dag waarop we beslisten om eraan te beginnen en een deel van het gazon om te spitten, was de warmste dag van het jaar. De zware kleigrond was keihard, ik moest springen op mijn spade om hem in de grond te krijgen. Maar het zaaien en planten werd zo’n succes (en een erg mooi zicht vanuit de keuken), dat we later nog tweemaal een deel bijspitten om onze oppervlakte te vergroten en langer zon te krijgen op de groenten.

Het begin van de nieuwe moestuin (de katten keuren het werk)

 

Deel 2 in constructie

 

Deel 1 en 2 in volle glorie; het jaar nadien kwam er nog een derde deel bij aan de andere kant van het paadje

Ondertussen ontdekte ik Mevrouw Gertrud Franck. Zij is een Duitse vrouw die vele jaren lang in haar eigen gigantische moestuin onderzocht welke planten een goede of slechte invloed op elkaar uitoefenen. Ze schreef een boek “Gesunder Garten durch Mischkultur” (Engelse vertaling: Companion planting) waarin ze haar biologische moestuinmethodes beschrijft. Ze gebruikt ‘mulchen’ (ttz de grond bedekken met allerlei geschikt organisch materiaal) in plaats van spitten (jaarlijks spitten is niet alleen tijdrovend en slecht voor de rug maar ook onnatuurlijk en kwalijk voor het micro-bodemleven) en ontwikkelde een vernuftig maar eenvoudig rijensysteem om wisselbouw te vermijden. Ze geeft ook uitgebreide kweektips voor zowat elke groente. Ik heb het boek indertijd gratis kunnen downloaden vanaf een Australische bibliotheek-website (Soil and Health Library), maar tegenwoordig is het boek blijkbaar uit hun boekenlijst geschrapt.

Het voornaamste wat ik van Gertrud blijf handhaven, zijn haar goede en slechte groentencombinaties. Ik geef ze hieronder even voor jullie. ‘Gunstige combinaties’ wil zeggen dat je gezondere, sterkere planten met minder ziektes en plagen krijgt (en dus meer opbrengst) door deze twee soorten groenten naast of door elkaar te kweken (bijvoorbeeld ajuinen en wortels – ze verdrijven elkaars plagen zoals de wortelvlieg en ajuinvlieg). Als je twee groenten uit de ‘slechte combinatie’-lijst bij elkaar zet, hebben ze alleen maar nadelige invloeden op elkaar. Dit ondervond ik zeer duidelijk toen ik op een keer verkeerdelijk de sla en koolrabi bij elkaar had geplant: ik had uiteindelijk bijna geen sla en ook geen koolrabi!

Gunstige combinaties (alfabetisch):
Aardappel – snijboon / ajuin / prei
Aardbei – prei / ajuin
Ajuin – aardbei / pastinaak / wortel
Bonen (snijboon, staakboon, nierboon, …) – sla / kolen (broccoli, bloemkool, …)
Bloemkool – knolselder
Erwt – kool / selder
Knolselder – kool
Kool – bonen / rode biet / erwt / (knol)selder
Koolrabi – bernagie (komkommerkruid)
Pastinaak – ajuin
Prei – aardbei
Radijs – sla
Rode biet – sla / kool
Sla – radijs / bonen / rode biet
Selder – kool / erwt
Snijboon – aardappel
Wortel – ajuin / dille
Tomaat – koolrabi / kool / goudsbloem / mosterdzaad

Slechte combinaties:
Aardappel >< ajuin
Ajuin >< bonen / kolen / aardappel
Bonen >< ajuin
Koolrabi >< sla
Kool >< ajuin
Kropsla >< peterselie
Peterselie >< kropsla
Rode kool >< tomaat
Rode biet >< tomaat / als gewas net na een oogst spinazie
Sla >< koolrabi
Tomaat >< rode kool / rode biet

Tegen de tijd dat onze prachtige moestuin volledig ontwikkeld was, waren we april 2009 en verhuisden we opnieuw om in de buurt van Laura’s nieuwe school te kunnen wonen. De oude moestuin moest opnieuw helemaal omgewerkt worden, ditmaal om gras te zaaien…
Ondertussen was ik al helemaal gewonnen voor het moes-kweken. Ik stond erop dat er ook in de tuin van het nieuwe huis een moestuin zou komen en begon ondertussen al dadelijk met het voorzaaien in kleine potjes.
Omdat we konijnekeutels vonden in het gras, bedachten we een systeem met bakken om de groenten te beschermen. Uiteindelijk zijn er nooit meer echt konijnen langsgekomen door de aanwezigheid van onze katten.

De voorgezaaide potjes groeien goed

De eerste moestuinbak wordt gevuld; onderaan komen dode bladeren en gehaksel om de grond luchtig en warm te maken; erop komt aarde vermengd met compost

De eerste bak werd gezet (met mankracht), maar omdat hij zo hoog was, kostte het zo veel moeite en grond om hem te vullen, dat we de twee andere bakken later veel lager maakten.

Ik nam alsmaar meer initiatief, totdat papa er bijna niet meer aan te pas kwam. De moestuin werd mijn grote trots en voornaamste hobby (trouwens uitstekend als compensatie voor het vele computerwerk!). Al bij al werd het nog een heel goed groentejaar hoewel mei eigenlijk te laat is om met een moestuin te beginnen (iets later en de tomaten zouden nooit rijp geraakt zijn). Er waren momenten in de zomer dat we bijna geen groenten meer hoefden te kopen. Ik had verschillende soorten sla, radijzen, boontjes, courgette, wortels (gewone, witte en Parijse), zomerpostelein, selder, snijbiet, rode biet, prei, komkommer, venkel, koolrabi, spinazie, tomaat en pompoen en dat op ongeveer 15 m². De enige echte problemen die ik had was om de bonen, pijpajuintjes en (later op het jaar) veldsla te laten kiemen. Door het lange nutteloze wachten op kiemen die niet kwamen verloor ik kostbare tijd. Ik werd alsmaar fanatieker, ik weigerde zelfs bloemen te planten in twee grote potten omdat die ‘niets zouden opbrengen’. In de plaats bedacht ik het geniale idee om er klimbonen in te zetten. Ik palmde ook gedeeltelijk het rozenperk in. Het resultaat was prachtig, en erg lekker ook!

Klimbonen op terras

Bonenpot, rozen, twee fleurende moesbakken, derde bak onderweg

 

Dit jaar ben ik zo mogelijk nog fanatieker dan vorig jaar 🙂 Gedurende de herfst en winter heb ik een volledig schema uitgewerkt met de groenten die ik dit jaar wil oogsten. Ik heb een bezoek gebracht en een bestelling gedaan bij mijn favoriete kwekerij, een biologisch zaadbedrijfje op de grens van België en Nederland: De Nieuwe Tuin. Ze zoeken naar de soorten groenten die best groeien in onze contreien en gebruiken alleen natuurlijke middelen. Ze hebben een prachtige website waar je ook online je bestelling kan plaatsen. In geen tijd heb je de zaadjes bij je thuis, betalen kan achteraf. Een aanrader: www.denieuwetuin.be

Van al mijn groenten heb ik bestudeerd wanneer ze gezaaid moeten/mogen worden, en dan heb ik een nieuwe overzichtelijke lijst gemaakt met alles per maand geschikt. Ten slotte heb ik deze lijst gecombineerd met de biologisch-dynamische maankalender van Maria Thun, die je met even zoeken meestal gratis op internet terugvindt. Deze maankalender zegt welke dagen gunstig zijn voor het zaaien of planten van verschillende soorten groenten. Er zijn 4 categorieën, afhankelijk van welk deel van de groente best moet ontwikkelen: bladgroenten (sla, spinazie, postelein,…), vruchten (tomaat, bonen, courgette,…), wortelgroenten (radijs, rode biet, wortels,…) en bloemen (bernagie, goudsbloemen,…)

Het resultaat is een maandkalender met daarop welke groenten ik op welke dagen moet zaaien om meest profijt te halen uit de natuur. Zo georganiseerd was ik nog nooit. Meestal doe ik alles maar zo-zo, kijk ik op de maankalender wanneer ik zin heb om in de tuin te gaan, en dan moet ik nog iets zaaien, maar ben ik net te laat voor de maan, en dan denk ik ‘ach, het zal zo ook wel lukken!’ Niet dit jaar, deze keer ben ik voorbereid…

Voorbeeld van mijn zelfgemaakte moestuinkalender (kleurcode voor zaaien en planten, voor bladdagen, vruchtdagen, worteldagen en bloemdagen)

En ik ben niet eens zo veel te vroeg klaar, want eind februari begint het warme voorzaaien al in de veranda. Staan op het programma in februari: aubergine, radijs, sla, komkommer (vroege soort), paprika, erwten. Buiten kan er ook al wat gebeuren: spinazie, Parijse worteltjes (een kleine ronde soort wortel, zeer schattig), en ook sjalot en ajuin (planten, niet zaaien). In maart heb ik (warm voorzaaien): venkel, koolrabi, pastinaak, paprika (tweede lichting), sla, tomaat, lampionbesjes, ijsbergsla, komkommer en courgette (eerste lichting). Buiten zaaien: radijzen, wortels, spinazie, brave hendrik, erwten en eind maart: aardappelen. In april en mei wordt de lijst steeds uitvoeriger, vanaf juni wordt het minder en begint het eerste oogsten al.

Ik vind een moestuin echt belangrijk. Ook als je geen tuin hebt, probeer het dan met vensterbakken met wat sla en radijzen bijvoorbeeld. Om een radijs te zien kiemen en groeien (één radijs per plantje, dus niet in bundeltjes met een elastiekje errond!) en zachte verse zomersla te plukken is een echte vreugde. Ook veel grote heiligen (zoals Amma bijvoorbeeld, www.amma.nl) vinden het belangrijk om zelf groenten te kweken, zodat je minder afhankelijk wordt van de maatschappij en dichter bij de natuur en jezelf komt te staan. Als je wel een tuin hebt, offer dan misschien een zonnig plekje op aan een moestuin. Veel moeite is het niet. Eenmaal de beslissing genomen en de moestuin in voege, heb je er meer plezier aan dan werk, vooral als je het tamelijk klein houdt. Begin klein. Als je de smaak te pakken krijgt, kan je altijd nog uitbreiden 🙂 En voor de kinderen is zoiets ook erg belangrijk en heel erg leuk. Jong geleerd, oud gedaan?

Neefje in actie!