Labyrinten

de kathedraal van ChartresIn de cursussen “Telepathie en Intuïtieve Ontwikkeling” die ik sinds een paar jaar geef, deel ik gewoonlijk in de vierde les een blad uit met daarop in zwart-wit de afbeelding van een labyrint. Het is het mooie en oude labyrint dat verwerkt ligt in de vloer van de kathedraal van Chartres, een stadje niet ver onder Parijs.

labyrint van Chartres

De bedoeling is dat de cursisten met hun vinger het witte pad volgen van de rand naar het midden. Een labyrint is geen doolhof, want je kan er niet verloren in lopen. Er is maar 1 weg om te volgen, en als je niet verstrooid bent bereik je altijd vanzelf het centrum.

Een labyrint is een goede manier om jezelf te leren kennen. Terwijl je met je vinger over het papier gaat, komen gedachten in je op die heel kenmerkend zijn voor jezelf en die tekenend zijn voor hoe je omgaat met jezelf, met je leven, hoe je bent. Soms zijn mensen bang de weg te zullen verliezen, hoewel er maar 1 weg is. Soms denken mensen ‘ik heb een fout gemaakt’, hoewel ze nog steeds op de goede weg zijn. Soms vinden de mensen dat de weg te veel draait en keert, dat het te lang duurt en te moeilijk is, of integendeel, dat het fantastisch is en niet lang genoeg kan duren. Zo heeft ieder zijn eigen ervaring. Als je goed oplet wat je voelt en denkt tijdens de geconcentreerde oefening, leer je een stukje van jezelf kennen.

Een ander gevolg van de labyrint-oefening is dat je tot rust komt. Het is een symbool van de weg naar jezelf. Als je de ingang neemt en de weg vervolgt, laat je langzaam aan de wereld achter je, bij elke bocht een stukje meer, tot je uiteindelijk de rust in jezelf bereikt, het nu en hier. Daardoor is het een goede oefening als je wil gaan mediteren maar last hebt van te veel gedachten.

Op dat blaadje volgde ik dus telkens met mijn vinger het papieren labyrint, maar in het echt had ik dit labyrint nog nooit gelopen, geen enkel labyrint zelfs (als je de keren als peuter op de arm van mijn moeder niet meetelt). Daar wou ik dit jaar op mijn verjaardag verandering in brengen. Samen met mijn vriendin Sophie planden we een uitstap naar Chartres met een omwegje naar Parijs om de Notre-Dame te bezoeken en de kapel van Rue du Bac.

Enkele dagen voor ons vertrek kwamen we te weten dat er nog andere labyrinten zijn in Noord-Frankrijk: in Sint-Omer en Amiens. Tijdens onze reis ontdekten we er ook een in St. Quentin. Deze drie werden in onze planning ingeschoven, en zo werd het een heus labyrintenweekend.

Eerst gingen we naar St-Omer, een stadje dicht bij de grens met België. Er zijn verschillende kerken en kapellen, en we wisten niet waar we precies moesten zijn. We vroegen enkele lokale mensen waar het labyrint was. Ze waren verbaasd, hadden nog nooit van zoiets gehoord. “Ik woon hier al mijn hele leven” zei een man in het Frans, “en ik weet zeker dat hier geen labyrint is!” Hij voegde er aan toe dat de basiliek wel heel mooi was en zeker een bezoekje waard. Daar gingen we dus heen. Van het plafond hebben we niet veel gezien, onze ogen schuimden de vloer af op zoek naar de bekende tegelvormen. En ja hoor, uiteindelijk vonden we er het labyrint dat we zochten, achter het altaar, met een klein muurtje omgeven. labyrint in St-Omer

Op twee biddende mensen na, was de kerk verlaten. We deden onze schoenen af en betraden met een korte tussenpauze elk het kleine, ingewikkelde labyrint. Een labyrint loop je op blote voeten uit respect voor de heilige plaats waar het ligt. Schoenen draag je om je voeten te beschermen tegen de grond (zodat je niet vuil of gewond raakt). Als je schoenen draagt op een labyrint, is het alsof je je wil beschermen tegen het goede wat je er zou kunnen ontvangen.

Het labyrint van St-Omer verplicht je om traag te gaan, doordat het pad zo smal is en wel erg vaak draait en keert. Voor mezelf had ik nogal last van het gevoel betrapt te zullen worden, en kon ik me niet helemaal ontspannen – ook in het alledaagse leven heb ik last van dat gevoel wanneer ik iets doe wat misschien niet mag. Toch had ik uiteindelijk een tamelijk rustig en mooi gevoel in het centrum.

Daarna gingen we naar Amiens. De kathedraal van Amiens is heerlijk. Het labyrint ligt helemaal vrij, je kan erop gaan met een gerust hart. Sophie ging het als eerste doorlopen, ik wachtte nog wat, en terwijl ze zo heel eenvoudig en geconcentreerd op de zwarte tegels aan het lopen was, zag ik een kleine jongen met zijn zusje en moeder, en ik zag dat de jongen echt heel veel zin had om het ook eens te proberen, maar hij durfde niet, hoewel zijn moeder hem aanmoedigde. Hij bleef maar kijken en omkijken met verlangende ogen, maar nog steeds durfde hij niet. Toen was Sophie klaar en was het mijn beurt. Ik deed mijn schoenen uit en zette mijn stappen langzaam en met nadruk.

ik loop het labyrint van Amiens

Na enkele wendingen zag ik dat de jongen en zijn familie al dichterbij gekomen waren, en ik gebaarde de jongen van “kom maar!” en dit overhaalde hem om de stap te wagen, samen met zijn zusje. Ook zijn moeder ging het labyrint lopen. Dit ontstak meteen een borrelende vreugde in mijn hart – en ook deze vreugde herken ik uit mijn gewone leven, al is die niet altijd zo duidelijk en zo sterk als ze hier was. Voor de rest had ik ook enkele mooie inzichten over flexibiliteit, vertrouwen, spiritualiteit en het leven. In het centrum had ik het gevoel alsof ik in een rechte straal energie stond die me op 1 lijn bracht en me verbond met de hemel en de aarde. Sophie liep het labyrint nog een tweede keer nadat ik klaar was, en toen gingen we naar Parijs.

De kathedraal van Notre-Dame was een teleurstelling voor mij deze keer. Ik heb er herinneringen aan enkele prachtige, sterke innerlijke momenten, toen de ene helft van de kerk alleen toegankelijk was om te gaan bidden, maar dit jaar liepen er honderden toeristen in elk hoekje en gaatje en was alle rust er voor mij verloren.

De kapel van Rue du Bac daarentegen was een dag en nacht verschil. Hoewel het er ook druk was, is het er heel rustig en er hangt een sfeer van toewijding en gebed. Er is bijna altijd wel een of andere mis aan de gang, meestal in het Pools of Spaans of een andere taal want het is een druk bezocht pelgrimsoord. In de kapel is Maria verschenen aan Catherina Labouré in 1830. De Lieve Vrouw droeg haar op een medaille te laten slaan met Haar beeltenis op, en Ze zei “de personen die ze met vertrouwen dragen, zullen grote genaden ontvangen, vooral als zij ze om de hals dragen.” En inderdaad, de medailles verrichtten al gauw vele wonderen, tot op vandaag.

De Lieve Vrouw zei ook “Kom naar de voet van dit altaar. Daar zal de genade over u neerstromen.” Toen de mis voorbij was, liepen heel wat mensen naar de trappen van het altaar om te gaan knielen. Sophie en ik gingen natuurlijk ook. Het was die dag mijn verjaardag, en ik was nog maar net geknield ‘aan de voet van het altaar’ of ik voelde hoe de genade van Maria terstond mijn hart overspoelde met zalige golven van kracht en vreugde. Het was een fantastisch gevoel dat ik nog steeds bij me draag, het mooiste verjaardagsgeschenk dat ik me kon wensen.

Na Parijs was Chartres aan de beurt. Het stadje is erg idyllisch en lijkt nog wat middeleeuws en op het eerste gezicht erg charmant. Toch hadden Sophie en ik al gauw een raar gevoel bij alles, de stad was tamelijk verlaten ondanks het toeristische seizoen en het mooie weer, de bediening in het restaurant was zeer vreemd en we konden in de kathedraal ook niet op het labyrint lopen want “dat kan alleen op vrijdag”. Alles gaf ons een heel dubbel gevoel, alsof Chartres zoveel potentieel heeft, maar dat het er op een of andere manier niet uitkomt.

Bij het avondmaal besloten we uitleg te vragen aan een of ander subtiel wezen. Ik haalde mijn toetsenbordje uit, Sophie schreef op wat ik dicteerde.

“Wat is er aan de hand in Chartres?” Vroegen we, maar er kwam geen antwoord, alleen het besef dat we onze vraag aan iemand specifiek moesten stellen.

“De deva van Chartres?” gaf geen antwoord, en evenmin was er een beschermheilige te bespeuren.
Uiteindelijk vroeg ik dan maar “Aan wie moeten we deze vraag stellen?” Toen kwam wel een antwoord:

– “Aan de man die de kathedraalwerken geleid heeft.”

“Okee, we vragen het aan deze man.”

– “Ik heb de kathedraal ontworpen. Ik heb geprobeerd om uit de aarde de energie naar boven te laten komen en uit de hemel naar beneden. Ik vind dat ik daar goed in geslaagd ben. Ik heb er mezelf in gestoken met hart en ziel en dit bijna letterlijk. Ik ben de kathedraal blijven volgen door de eeuwen heen.”

Dat is wat kathedralen doen, ze gebruiken de natuurlijke krachtplekken van de Aarde en door de structuur van het gebouw wordt het goede effect van een bepaalde plaats nog versterkt. Maar toch scheelde er hier wat in Chartres.
De kathedraalbouwer ging verder: “Nu heb ik geen invloed meer op het runnen van de kathedraal. Ik ben afgesloten net zoals de aardestroom. De energie uit de hemel komt nog steeds onverminderd in de kathedraal binnen, waar ze normaal gezien de aardestroom zou moeten ontmoeten die langs het altaar naar boven komt richting de hemel. Nu blijft de energie uit de hemel verward ronddraaien en versnippert daarna tot er quasi geen goede effecten van overblijven. Dit is het verwarrende gevoel dat je in Chartres ervaart.”

Later, toen ik thuis was, zocht ik dit op en vond ik inderdaad dat het hoofdaltaar van de kathedraal van Chartres in 1773 verplaatst was op aanwijzingen van een of andere kunstenaar.

Maar op dat moment waren we nog steeds in het restaurant, en we vroegen wat meer uitleg over labyrinten aan de kathedraalbouwer: “Is het nuttig om op het labyrint te lopen en wat is de functie van een labyrint?”

– “Het labyrint is om de mens innerlijk voor te bereiden op de ontmoeting van de energie van hemel en aarde. In het hart van de mens kan deze ontmoeting gebeuren. En wanneer dat gebeurt katalyseert dit de mens. Op het middenpunt van het labyrint moet iemand heel weinig moeite doen om in zichzelf te duiken. Wat hij erin steekt [in het lopen van het labyrint] dat krijgt hij in veelvoud terug op dat moment. De locatie waar het labyrint ligt, helpt hierbij. Maar ook de rest van de kathedraal.
In een kerk of kathedraal hangen alle stromingen aan elkaar. En het is een precies samenspel waar niet veel aan mag misgaan anders kan het zelfs een tegengesteld effect hebben. Wat men gedaan heeft in Chartres, namelijk het verplaatsen van het meest essentiële deel van de kerk [het hoofdaltaar in 1773 dus, nota van Marie] heeft ervoor gezorgd dat de kathedraal is blijven steken in de tijd. Dit wil zeggen dat het gebruik van energie er niet aangepast is aan de mens van vandaag. In die zin is het verwarrend om het labyrint de kathedraal van Saint Quentinte lopen omdat je met de energie die je ontvangt niets nieuws kan ontwikkelen.”

Een labyrint is dus ontworpen om je in contact te brengen met jezelf en met hemel en aarde. In Chartres is het niet meer zoals vroeger, maar deze plek is eerder een uitzondering, de meeste kathedralen zijn wel nog een echte hulp bij het zoeken naar nieuwe energieën of oude energieën die vernieuwend zijn. Alle oude kerken en kathedralen staan op heilige plekken die de mens vooruit willen helpen in de vernieuwing en de ontwikkeling. Het lopen van een labyrint maakt je ongemerkt los van het verstand en opent je voor de werkzame energieën.

De volgende ochtend lieten we Chartres achter ons en gingen op weg naar ons laatste labyrint, dat van Saint Quentin. Hier was er bijna niemand aanwezig. We waren helemaal vrij om te lopen waar we wilden en we voelden van alles en nog wat, onder andere in verband met het belang van de sterren op de grond, maar de fut en de tijd was er niet meer om hierop in te gaan – dat is misschien voor een volgende reis!