De Meidoorn

Vorige week gingen mijn moeder, mijn kleine zus en ik naar het bos om meidoornbloesems te gaan plukken om te drogen en later thee van te kunnen maken. Meidoornthee is heel lekker en staat alom bekend als “goed voor het hart”. We hadden tevoren onder het rijden een plekje ontdekt waar er een hele rij witte meidoornen stond, een heel eind van de weg, opvallend en overvloedig bloeiend. Daar gingen we nu dus heen gewapend met schaar en zakken. Toen we in de buurt kwamen wuifden de bomen ons een sterke zoete geur toe als welkom! Na het plukken gingen we bij de grote meidoorn struiken zitten en vroegen we:
Meidoorn, wil je wat zeggen?

– “Ik sta hier zinderend in de omgeving. Dit is mijn mooiste moment en ik wil dit moment graag doorgeven en ik vind het leuk dat je het zal bewaren en weer ophalen als je de gedroogde bloemen weekt en opdrinkt. Ik leg een stukje van mezelf in elk bloempje en elk blaadje.”

Wat maakt je zoals je bent en wie je bent?

– “Ik ben een bloem en een boom die kracht geeft om de lente weer in jezelf te voelen, dat is mijn kracht en daarom ben ik zo speciaal.”

Vind je het niet erg dat niet iedereen komt kijken hoe prachtig je hier staat? Wat wil je dat de mensen doen?

– “Ik heb het liefst dat ik gebruikt wordt tot goede doelen. Of men mij ziet of niet maakt mij niet veel uit, dat heb ik niet nodig. Als mensen bewust omgaan met mijn mogelijkheden dan geeft mij dit vreugde.”

Men zegt dat je goed bent voor het hart. Is dat zo?

– “Het hart is sterk als het vreugde in zich draagt.”

Zou je niet liever hebben dat we al jouw bloemen plukken en drogen en uitdelen aan de mensen?

– “Ik heb ook bloemen die dienen voor de natuur en de insecten, niet alles is bestemd voor mensen, dus je hoeft mij niet kaal te plukken, liefst niet zelfs.”

Wie ben je?

– “Ik ben het wezen dat in elke meidoorn woont.”

Ben je dan een Engel? Of een elf?

– “Ik ben geen engel, ook geen elf. Ik ben een overkoepelend boomwezen. Om alle meidoornen ligt mijn energie – om en in. Zij zijn mij en ik ben hen. Ik weet alles van hen en zij weten alles wat ze moeten weten.”

Wil je nog iets zeggen?

– “Als je wil weten wat ik doe en wie ik ben, dan zeg ik dat en als je nog vragen hebt, dan zal ik ze beantwoorden, maar voor mij is spreken iets onwennigs. Ik kan het als het me gevraagd wordt, maar als niemand me wat vraagt dan zwijg ik en ben ik gewoon vreugdevol in mezelf.”

Dankjewel, Meidoorn.