Dag en nacht

Overdag en ‘s nachts

Ik vind het altijd goed om fantastische films (= met veel fantasie) te zien of boeken te lezen als je bezig bent met dromen, want al die dingen die ze doen kunnen ook in je dromen, dingen die je anders nooit zou bedenken of opmerken. Ik had bijvoorbeeld Harry Potter gelezen en daarna droomde ik dat ik een foto had die bewoog en leefde (net zoals in het boek).

Als je overdag veel aan je hoofd hebt of als je heel moe bent is het moeilijker om je dromen te onthouden. In de examens bijvoorbeeld, onthoud ik maar weinig of zelfs geen dromen, want vanaf het moment dat ik opsta, denk ik aan studeren of aan examen. Leren bewust dromen vraagt dus wel een zekere energie/moeite.

Bezig zijn met dromen is een manier om niet alleen ‘s nachts, maar ook overdag bewuster te worden van je gevoelens en gedachten en handelingen. Soms, als mijn mama of papa mij een (terechte) lichte uitbrander gegeven hebben, voel ik mij een uur daarna nog altijd niet zo lekker, hoewel ik de preek al lang vergeten ben. Dan blijf ik even staan en denk ik ‘waarom voelt mijn buik nu zo dom’ en dan weet ik weer dat het eigenlijk was omdat mijn trots of zo gekrenkt was, en dan zeg ik tegen mezelf ‘het helpt je niet om je slecht te voelen’ en dan probeer ik die gevoelens aan de kant te zetten.
En als ik ‘s nachts bijvoorbeeld droom dat ik in het water zat of zo, dan denk ik eens goed na wat ik wel doe overdag om ook ‘s nachts in het water te zitten, en dan probeer ik daar iets aan te veranderen.

Droompjes

11/10/02 Droom: Er was een hele lange man die me een stevig bruin paardje gaf, ik reed ermee, en zag toen een grote vijver, en ik sprong erin. Terwijl ik sprong dacht ik ‘waar is dat nu goed voor’ en ‘zou het water bevroren zijn?’ en ik zag dat het niet bevroren was en ik landde dus zo dicht bij de kant als ik nog kon, maar toch nog in het water. Ik ging niet onder en kroop weer op de oever. Ik liep naar de man, die tegen de muur stond en stak mijn vinger op en zei ‘Lumos!’, en er kwam een vlam uit de top van mijn vinger, een vlam die al gauw weer verdween. ‘Lumos!’ zei ik opnieuw en daarna ‘Lumos solarem’ voor zonlicht, maar dat werkte niet, dus ging ik terug naar het gewone ‘lumos’. Het was alsof ik met een zaklamp op het gezicht van de man scheen.
Dus: de lange man (mijn ziel of zo waarschijnlijk) geeft mij een kracht (het paard) en ik spring ermee in het water. Water zijn gevoelens en het water zou moeten bevroren zijn, of een brug is nog beter. Je zou erover moeten kunnen dus, je moet je gevoelens kunnen beheersen. Dan bekijk ik de man beter met extra licht. Ik probeer dus mijn gevoelens beter te begrijpen zodat ik er de volgende keer niet meer inval, maar erop kan lopen. Niet slecht. In de spreuken ‘Lumos’ en ‘Lumos solaren’ kan je ook de dankbare invloeden van (de boeken van) Harry Potter zien (ik maak geen sluikreclame, ik geef gewoon de feiten), die deze spreuken gebruikt, maar ik heb wel geen toverstokje nodig, ik kan het met mijn vinger (ik heb ook geen gloeilamp meer nodig zoals vroeger!).

12/10/02 Droom: Vannacht vond ik het wat te donker, en ik riep ‘Lumos!’ en wees naar de maan, maar er gebeurde niets. Toen ‘Lumos solarem!’, en de maan werd merkbaar klaarder. Toen zag ik nog veel meer manen aan de hemel, en ik lichtte een aantal van de manen op met mijn vinger. Ik vloog verder, en kwam bij een familie. Ik oefende me in zweven ter plekke (niet zo makkelijk als het lijkt) en door de grond zakken en door de muur vliegen, en in de muur zitten enz. Ik had een goed publiek, want die mensen konden dat niet en dachten dat ik een geest of zo was. De oudste zoon kwam thuis, en iets daarna speelde iedereen verstoppertje. Ik verstopte me in de muur, maar hij vond me dadelijk en kwam me achterna (!) (dat ben ik niet gewoon), en ik ging verder en verder, en hij bleef me maar volgen, door alles heen, en ik vond het maar een beetje beangstigend (aan situaties als deze kun je zien dat het een ochtenddroom is), en uiteindelijk gaf ik op, en we gingen samen terug. Maar toen lag hij op straat en werd een vampier (hieraan kun je zéker zien dat het een ochtenddroom is!), en ik vloog weg naar boven, vliegend voor mijn leven bijna (maar je kunt niet sterven in een droom), door plafonds en lagen en lagen omhoog, en ik riep ‘God God God’, daar moest ik geraken. Op een bepaald moment zag ik dat hij me niet meer volgde, en toen dacht ik ‘waarom moest ik nu naar boven, God is toch overal?’, maar ik denk toch dat het in bepaalde sferen veel makkelijker is om niet lastig gevallen te worden door lage dingen doordat de trilling er hoger is.
In de plaats waar ik gekomen was, zag ik een soort bouwwerk met dunne dennehouten latjes, zo wankel als een kaartenhuisje, en daar moest ik opkruipen. Op een platform bovenaan stond ‘God’, een man van eind de 40 schat ik. Hij was droog de punten van de vergadering aan het opsommen. Ik dacht ‘is dat God? Waar is de schittering en de pracht?’ Ik denk dat het de God van de mentale sfeer was, bovenaan zijn mentale structuur, die mooi alle regeltjes zegt ‘dit mag en dat niet’. Ik was in de mentale sfeer, en dus was de God van het mentale het hoogste waar je kan komen.
Al bij al is het dus duidelijk een ochtenddroom. Goed om vaardigheden te oefenen, maar tamelijk astraal en gewoon van gebeurtenissen en omgevingen. Niet echt schitterende dingen.

Overgangen – dag naar nacht – nacht naar dag

Om de invloed van de dag op de nacht te verminderen, is het goed om ‘s avonds voor het slapengaan te douchen. Vooral als je de hele dag veel gewerkt of nagedacht hebt, of als je griezelige films gezien hebt, of tamelijk ingrijpende dingen hebt meegemaakt (ook innerlijk). Maar eigenlijk best elke dag.

Als je in je bed ligt, is het goed om een klein avondritueel te doen, dan val je niet lichtzinnig in slaap en dan zal je ook niet na een minuut weer wakkerschrikken omdat je in een plas stapt of over een stok valt of weetikveel. Je ligt dus klaar om te slapen en je denkt even aan je lichaam en denkt ‘dit is mijn lichaam, dit is waar ik nu lig, en als ik straks ga slapen dan blijft mijn lichaam hier achter, en dit is de plaats waar ik naar terug zal komen als ik wakker wordt.’ Dan is het ook goed om even aan God te denken en te vragen dat Hij je begeleidt doorheen de nacht, zorgt dat je naar plaatsen gaat waar je goed kan uitrusten en daarna naar plaatsen waar je veel kan doen en leren, en dat hij zorgt dat je niet in slechte plaatsen belandt, want je weet tenslotte nooit op voorhand waar je naartoe gaat.

Om de invloed van de nacht op de dag te verminderen, is het ook goed om te douchen. Eigenlijk is ‘s ochtends douchen absoluut noodzakelijk. ‘s Nachts ga je op pad en van alles van energieën komen op je af en blijven aan je hangen. Dat moet je er ‘s ochtends afspoelen. Water heeft meer krachten dan je denkt. Als je niet doucht en je raakt mensen aan, dan gaat er een stuk van die niet echt zuivere energie over op die ander. Als je eet voor je gedoucht hebt, dan eet je ook die vreemde energie, en die kan slecht zijn voor je lichaam. Bij honden is het ook zo. Honden zouden ‘s ochtends even buiten moeten rennen om de energieën van de nacht eraf te krijgen, vóór je ze streelt. Alleen bij katten is het anders. Zij hebben een ander energetisch stelsel en als je hen ‘s ochtends streelt, zullen zij en jij daar geen last van hebben.

‘s Ochtends bij het wakker worden en na het dromen-herinneren is het ook goed om even aan God te denken, en Hem/Haar (God of de Goddelijke Moeder) te vragen om voor je te zorgen en je tijdens je dag te begeleiden. Als je ‘s ochtends één moment (oprecht) naar God bidt, dan zal je een andere dag hebben dan wanneer je dat niet had gedaan. Probeer het maar.


Speak Your Mind

Your email address will not be published. Required fields are marked *

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>